Woordenboek

De taal van softwareontwikkeling, helder uitgelegd. Zoek een begrip of blader op je gemak door het alfabet.

Het alfabetische register

107 begrippen

A

7 begrippen
A/B-testzelfstandig naamwoord
Een A/B-test is een experiment waarbij twee groepen elk een andere variant te zien krijgen. Door hun gedrag te vergelijken, meet je welke variant beter presteert op een vooraf gekozen doel.
acceptatiecriteriazelfstandig naamwoord, meervoud
Acceptatiecriteria zijn vooraf afgesproken, toetsbare voorwaarden waaraan een product, functie of wijziging moet voldoen om te worden geaccepteerd.
agile & scrumbijvoeglijk en zelfstandig naamwoord
Agile is een manier van werken waarin je software stap voor stap ontwikkelt en bijstuurt op basis van feedback. Scrum geeft daar structuur aan met korte sprints en vaste overlegmomenten.
API/aː peː i/afkorting (zelfstandig naamwoord)
Een API is een vastgelegde manier waarop software gegevens uitwisselt of functies van andere software aanroept, zonder de interne werking daarvan te hoeven kennen.
audit trail/ˈɔː.dɪt treɪl/zelfstandig naamwoord
Een audit trail is een chronologisch overzicht van handelingen en wijzigingen in een systeem. Het maakt achteraf zichtbaar wie of wat iets deed, wanneer dat gebeurde en wat er veranderde.
authenticatiezelfstandig naamwoord
Authenticatie is het proces waarmee een systeem de opgegeven identiteit van een gebruiker, apparaat of applicatie controleert.
autorisatie/ˌɑu.to.riˈzaː.tsi/zelfstandig naamwoord
Autorisatie is het bepalen en afdwingen welke gegevens en functies een gebruiker, apparaat of applicatie mag benaderen.

B

3 begrippen
backend/ˈbækˌend/zelfstandig naamwoord
De backend is het deel van een applicatie dat op de server gegevens verwerkt, bedrijfsregels uitvoert en andere systemen aanstuurt. Gebruikers werken er meestal via een frontend of API mee.
backlog/ˈbæk.lɒɡ/zelfstandig naamwoord
Een backlog is een geordende, veranderlijke lijst met werk voor een product of project. De volgorde helpt een team bepalen wat het als eerste moet onderzoeken of uitvoeren.
branch/brɑːntʃ/zelfstandig naamwoord
Een branch is een afzonderlijke ontwikkellijn binnen versiebeheer. Developers kunnen daarin wijzigingen maken en testen zonder de hoofdversie van de code direct aan te passen.

C

14 begrippen
caching/ˈkæʃɪŋ/zelfstandig naamwoord
Caching is het tijdelijk bewaren van eerder opgehaalde of berekende gegevens, zodat een volgend verzoek sneller kan worden afgehandeld en de oorspronkelijke bron minder vaak wordt belast.
changelog/ˈtʃeɪndʒˌlɒɡ/zelfstandig naamwoord
Een changelog is een overzicht van relevante wijzigingen aan software, meestal geordend per versie of release. Het vermeldt bijvoorbeeld nieuwe functies, opgeloste fouten en wijzigingen die gevolgen hebben voor gebruikers.
CI/CD/ˌsiːˈaɪ ˌsiːˈdiː/afkorting
CI/CD is een werkwijze waarbij teams softwarewijzigingen vaak samenvoegen, automatisch controleren en via een vaste reeks stappen voorbereiden op of uitrollen naar productie.
cloud/klaʊd/zelfstandig naamwoord
De cloud is een verzamelnaam voor rekenkracht, opslag, databases en software die via een netwerk beschikbaar zijn, meestal vanuit datacenters van een externe aanbieder.
CMS/seː ɛm ɛs/afkorting (zelfstandig naamwoord)
Een CMS is software waarmee gebruikers digitale content kunnen aanmaken, ordenen, wijzigen en publiceren, meestal via een beheeromgeving.
code review/ˈkəʊd rɪˌvjuː/zelfstandig naamwoord
Een code review is de beoordeling van een codewijziging door een andere ontwikkelaar. Die controleert onder meer de werking, leesbaarheid en onderhoudbaarheid voordat de wijziging wordt samengevoegd.
codebase/ˈkəʊdˌbeɪs/zelfstandig naamwoord
Een codebase is de verzameling broncode waaruit een softwareproduct of onderdeel wordt gebouwd en onderhouden.
commit/kəˈmɪt/zelfstandig naamwoord
Een commit is een vastgelegde versie van bestanden in een systeem voor versiebeheer. Elke commit vormt een punt in de ontwikkelgeschiedenis van een project.
component/kɔmpoˈnɛnt/zelfstandig naamwoord
Een component is een afgebakend onderdeel van software met een eigen taak en een duidelijke manier om met andere onderdelen samen te werken.
container/kɔnˈtenər/zelfstandig naamwoord
Een container is een afgeschermd applicatieproces met de bestanden en instellingen die het nodig heeft. Containers op dezelfde machine delen doorgaans de kernel van het besturingssysteem.
continuous delivery/kənˈtɪn.ju.əs dɪˈlɪv.ər.i/zelfstandig naamwoord
Continuous delivery is een werkwijze waarbij iedere geslaagde softwarewijziging automatisch wordt gebouwd, getest en klaargezet, zodat het team die op elk gewenst moment naar productie kan uitrollen.
continuous deployment/kənˌtɪn.ju.əs dɪˈplɔɪ.mənt/zelfstandig naamwoord
Continuous deployment is een werkwijze waarbij iedere softwarewijziging die alle automatische controles doorstaat zonder handmatige vrijgavestap naar productie gaat.
continuous developmentzelfstandig naamwoord
Continuous development is het doorlopend verbeteren van software in kleine stappen. Automatisch testen en integreren helpen om wijzigingen regelmatig en gecontroleerd op te leveren.
continuous integration/kənˈtɪn.ju.əs ˌɪn.tɪˈɡreɪ.ʃən/zelfstandig naamwoord
Continuous integration is een werkwijze waarbij ontwikkelaars kleine codewijzigingen regelmatig samenvoegen en automatisch laten controleren, zodat integratieproblemen vroeg zichtbaar worden.

D

8 begrippen
data-integriteit/ˈdaːtaː ɪnteːɣriˈtɛit/zelfstandig naamwoord
Data-integriteit betekent dat gegevens correct, volledig en onderling consistent blijven en alleen op toegestane manieren veranderen.
databasezelfstandig naamwoord
Een database is een gestructureerde verzameling gegevens die software kan opslaan, opvragen en wijzigen. Een databasebeheersysteem regelt de toegang tot die gegevens.
datamodelzelfstandig naamwoord
Een datamodel beschrijft welke gegevens een systeem vastlegt, hoe die gegevens met elkaar samenhangen en aan welke regels ze moeten voldoen.
dependency/dɪˈpen.dən.si/zelfstandig naamwoord
Een dependency is een softwareonderdeel of systeem waarvan andere software afhankelijk is om gebouwd te worden of te draaien, zoals een library, framework of externe dienst.
deployment/dɪˈplɔɪmənt/zelfstandig naamwoord
Een deployment is het proces waarmee een gekozen versie van software in een doelomgeving wordt geïnstalleerd en gestart, zodat die daar getest of gebruikt kan worden.
design system/dɪˈzaɪn ˌsɪstəm/zelfstandig naamwoord
Een design system is een verzameling herbruikbare interfacecomponenten, ontwerpregels en documentatie waarmee teams digitale producten consistent ontwerpen en bouwen.
digitale toegankelijkheid/ˌdiɣiˈtalə tuˈɣɑŋkələkˌhɛit/zelfstandig naamwoord
Digitale toegankelijkheid betekent dat mensen met verschillende beperkingen websites, apps en digitale documenten kunnen waarnemen, begrijpen en bedienen.
downtime/ˈdaʊn.taɪm/zelfstandig naamwoord
Downtime is de periode waarin software, een systeem of een online dienst niet beschikbaar is of essentiële functies niet bruikbaar zijn.

E

4 begrippen
encryptiezelfstandig naamwoord
Encryptie is het omzetten van leesbare gegevens in versleutelde gegevens met een algoritme en een cryptografische sleutel. Alleen met de juiste sleutel kunnen de gegevens weer leesbaar worden gemaakt.
end-to-endtest/ˌɛnt.tuˈɛnt.tɛst/zelfstandig naamwoord
Een end-to-endtest controleert of een complete gebruikersroute door een applicatie werkt, inclusief de onderdelen en systemen die daarvoor moeten samenwerken.
endpoint/ˈɛndˌpɔɪnt/zelfstandig naamwoord
Een endpoint is een adres waarop een API een bepaalde gegevensbron of handeling beschikbaar stelt.
exception tracking/ɪkˈsep.ʃən ˌtræk.ɪŋ/zelfstandig naamwoord
Exception tracking is het automatisch vastleggen en groeperen van fouten die optreden terwijl software draait. Het geeft ontwikkelaars informatie om de oorzaak en impact van zo'n fout te onderzoeken.

F

5 begrippen
failover/ˈfeɪlˌoʊvər/zelfstandig naamwoord
Failover is het overschakelen van een primair systeem naar een reservesysteem wanneer het primaire systeem uitvalt of niet goed meer werkt.
feature flag/ˈfiː.tʃə flæɡ/zelfstandig naamwoord
Een feature flag is een instelling waarmee software een functie aan- of uitzet zonder dat daarvoor opnieuw code hoeft te worden uitgerold. De instelling kan gelden voor alle gebruikers of voor een bepaalde groep.
frameworkzelfstandig naamwoord
Een framework is een samenhangende basis voor softwareontwikkeling. Het biedt herbruikbare code, een vaste structuur en afspraken voor het bouwen van een applicatie.
frontend/ˌfrʌnt ˈend/zelfstandig naamwoord
De frontend is het deel van een website of applicatie dat de gebruiker ziet en bedient, zoals pagina's, knoppen, formulieren en interactieve schermen.
full-stack/ˈfʊl stæk/bijvoeglijk naamwoord
Full-stack beschrijft softwareontwikkeling die zowel de frontend als de backend van een applicatie omvat. De term kan slaan op een developer, een team of een technisch hulpmiddel.

H

1 begrip
headless CMS/ˈhed.ləs seː ɛm ɛs/zelfstandig naamwoord
Een headless CMS is een contentmanagementsysteem dat inhoud via een API beschikbaar stelt, zonder zelf vast te leggen hoe die aan bezoekers wordt getoond.

I

2 begrippen
infrastructure as code/ˈɪn.frəˌstrʌk.tʃər əz ˈkəʊd/zelfstandig naamwoord
Infrastructure as Code (IaC) is een werkwijze waarbij je infrastructuur in configuratiebestanden beschrijft en met software aanmaakt en beheert.
integratietestzelfstandig naamwoord
Een integratietest controleert of meerdere onderdelen van een softwaresysteem correct met elkaar samenwerken. De test richt zich vooral op hun onderlinge communicatie en de gegevens die ze uitwisselen.

L

5 begrippen
legacysoftwarezelfstandig naamwoord
Legacysoftware is bestaande software die nog een belangrijke functie vervult, maar moeilijk te onderhouden, wijzigen of vervangen is door technische beperkingen, ontbrekende kennis of sterke afhankelijkheden.
library/ˈlaɪ.brər.i/zelfstandig naamwoord
Een library is een verzameling herbruikbare softwarecode voor een afgebakende taak. Een applicatie kan die code aanroepen om bestaande functionaliteit te gebruiken.
linting/ˈlɪntɪŋ/zelfstandig naamwoord
Linting is het automatisch controleren van broncode op mogelijke fouten en afwijkingen van afgesproken coderegels, zonder de applicatie uit te voeren. De tool die deze controle doet, heet een linter.
load balancing/ˈləʊd ˌbæl.ən.sɪŋ/zelfstandig naamwoord
Load balancing is het verdelen van netwerkverkeer of andere taken over meerdere servers, zodat niet één server al het werk hoeft uit te voeren.
logging/ˈlɒɡ.ɪŋ/zelfstandig naamwoord
Logging is het vastleggen van gebeurtenissen terwijl software draait. Deze loggegevens helpen ontwikkelaars om de werking van een systeem te volgen en problemen te onderzoeken.

M

8 begrippen
memory leak/ˈmem.ər.i liːk/zelfstandig naamwoord
Een memory leak is een softwarefout waarbij een programma geheugen bezet houdt dat het niet meer gebruikt. Daardoor kan het geheugengebruik tijdens het draaien steeds verder oplopen.
message queue/ˈmes.ɪdʒ kjuː/zelfstandig naamwoord
Een message queue is een wachtrij waarin een softwaresysteem berichten tijdelijk opslaat totdat een ander onderdeel ze verwerkt. De verzender hoeft daarbij niet te wachten tot de ontvanger klaar is.
microserviceszelfstandig naamwoord, meervoud
Microservices zijn kleine, afzonderlijk inzetbare softwarediensten die elk een afgebakende functie uitvoeren en samen één applicatie vormen.
monitoringzelfstandig naamwoord
Monitoring is het systematisch volgen van software, infrastructuur of processen met meetwaarden en controles. Wijkt een waarde af, dan kan het systeem een waarschuwing geven, zodat een beheerder het probleem kan onderzoeken.
monoliet/ˌmoː.noːˈlit/zelfstandig naamwoord
Een monoliet is een applicatie waarvan de onderdelen één geheel vormen en doorgaans samen worden gebouwd en uitgerold.
MoSCoW-prioritering/ˈmɒs.kəʊ ˌpri.oː.riˈteː.rɪŋ/zelfstandig naamwoord
MoSCoW-prioritering is een methode om eisen en wensen in te delen als Must have, Should have, Could have of Won't have this time. Zo wordt duidelijk wat noodzakelijk is en wat kan wachten.
multitenant/ˌmʌltiˈtɛnənt/bijvoeglijk naamwoord
Multitenant beschrijft software waarin meerdere klanten dezelfde applicatie delen, terwijl iedere klant een eigen, afgeschermde omgeving heeft voor gegevens, gebruikers en instellingen.
MVP/ɛm veː peː/zelfstandig naamwoord (afkorting)
MVP staat voor Minimum Viable Product: de kleinste bruikbare versie van een product waarmee je de belangrijkste aannames bij echte gebruikers kunt toetsen.

N

1 begrip
nacalculatiezelfstandig naamwoord
Nacalculatie is het achteraf berekenen van de werkelijke kosten van uitgevoerd werk. Bij dienstverlening betekent dit vaak dat de klant betaalt voor de uren en kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt.

O

4 begrippen
observability/əbˌzɜːrvəˈbɪlɪti/zelfstandig naamwoord
Observability is de mate waarin je aan de hand van beschikbare signalen kunt begrijpen wat er intern in een softwaresysteem gebeurt.
open source/ˌəʊ.pənˈsɔːs/zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord
Open source is software waarvan de broncode beschikbaar is en de licentie toestaat dat anderen de software gebruiken, bestuderen, aanpassen en verspreiden.
ORM/oː ɛr ɛm/afkorting
Een ORM is software die objecten in programmacode koppelt aan tabellen en relaties in een relationele database. De afkorting staat voor Object-Relational Mapping.
OTAPafkorting
OTAP staat voor Ontwikkeling, Test, Acceptatie en Productie. Het zijn gescheiden omgevingen voor het bouwen, testen, beoordelen en gebruiken van software.

P

8 begrippen
pair programming/ˈpeə ˌprəʊ.ɡræm.ɪŋ/zelfstandig naamwoord
Pair programming is een werkwijze waarbij twee ontwikkelaars tegelijk aan dezelfde programmeertaak werken. De een schrijft de code, terwijl de ander meedenkt en het werk direct beoordeelt.
piekbelastingzelfstandig naamwoord
Piekbelasting is de tijdelijke hoge belasting van een systeem wanneer veel gebruikers, verzoeken of taken tegelijk capaciteit vragen.
product owner/ˈprɒd.ʌkt ˈəʊ.nə(r)/zelfstandig naamwoord
Een product owner is binnen Scrum verantwoordelijk voor het maximaliseren van de waarde van het product en voor het beheer van de product backlog. Deze persoon bepaalt de volgorde van het werk en maakt het productdoel duidelijk.
progressive web appzelfstandig naamwoord
Een Progressive Web App (PWA) is een webapplicatie die met moderne webtechnieken een appachtige ervaring biedt. Gebruikers kunnen de applicatie vanuit een geschikte browser installeren en, afhankelijk van het apparaat, extra functies gebruiken.
proof of concept/ˌpruːf əv ˈkɒnsept/zelfstandig naamwoord
Een proof of concept is een kleinschalige proef waarmee je onderzoekt of een idee technisch of praktisch uitvoerbaar is, voordat je het volledig uitwerkt.
prototype/ˈprototipə/zelfstandig naamwoord
Een prototype is een vroege, vereenvoudigde versie van een product. Je gebruikt het om een idee zichtbaar of testbaar te maken en ervan te leren voordat je het volledige product ontwikkelt.
pull request/ˈpʊl rɪˌkwest/zelfstandig naamwoord
Een pull request is een voorstel om wijzigingen uit een branch te beoordelen en samen te voegen met een andere branch. Teamleden kunnen de code bespreken en controleren voordat deze wordt opgenomen.
pushnotificatiezelfstandig naamwoord
Een pushnotificatie is een korte melding die een app of website naar het apparaat van een gebruiker stuurt, ook wanneer die app of website niet geopend is.

Q

2 begrippen
quality assurance/ˌkwɒləti əˈʃʊərəns/zelfstandig naamwoord
Quality assurance (QA) is het geheel aan geplande, structurele maatregelen waarmee een team bewaakt dat software aan afgesproken kwaliteitseisen voldoet.
query/ˈkwɪə.ri/zelfstandig naamwoord
Een query is een gerichte opdracht aan een systeem om gegevens op te vragen, te filteren, te combineren of te wijzigen.

R

11 begrippen
race condition/ˈreɪs kənˌdɪʃ.ən/zelfstandig naamwoord
Een race condition is een softwarefout waarbij de uitkomst afhangt van de volgorde of timing van handelingen die tegelijk kunnen plaatsvinden. Dezelfde invoer kan daardoor verschillende resultaten geven.
refactoringzelfstandig naamwoord
Refactoring is het aanpassen van de interne structuur van bestaande code zonder het zichtbare gedrag van de software te veranderen. Het doel is de code begrijpelijker en makkelijker aanpasbaar te maken.
refinement/rɪˈfaɪnmənt/zelfstandig naamwoord
Refinement is het doorlopend verduidelijken, opdelen en inschatten van werk op de backlog, zodat het team weet wat een backlogitem inhoudt.
regressietestzelfstandig naamwoord
Een regressietest controleert na een wijziging of onderdelen van software die al werkten, nog steeds het verwachte gedrag vertonen. Zo worden onbedoelde gevolgen van de wijziging zichtbaar.
release/rɪˈliːs/zelfstandig naamwoord
Een release is een herkenbare versie van software die is klaargemaakt om beschikbaar te stellen aan gebruikers. Zo'n versie bundelt een of meer gecontroleerde wijzigingen.
responsive design/rɪˈspɒnsɪv dɪˈzaɪn/zelfstandig naamwoord
Responsive design is een ontwerpaanpak waarbij een website of webapplicatie de indeling en bediening aanpast aan de beschikbare schermruimte en het gebruikte apparaat.
retainer/rɪˈteɪ.nər/zelfstandig naamwoord
Een retainer is een doorlopende afspraak waarbij een klant periodiek capaciteit reserveert bij een dienstverlener voor terugkerend werk, zoals softwareonderhoud, support of doorontwikkeling.
retrospective/ˌret.rəˈspek.tɪv/zelfstandig naamwoord
Een retrospective is een overleg waarin een team terugkijkt op de afgelopen werkperiode en afspraken maakt om de samenwerking en werkwijze te verbeteren.
review app/rɪˈvjuː æp/zelfstandig naamwoord
Een review app is een tijdelijke, werkende versie van een applicatie waarin één branch of merge request afzonderlijk kan worden bekeken en getest.
rollback/ˈrəʊl.bæk/zelfstandig naamwoord
Een rollback is het terugdraaien van een wijziging, zodat software, configuratie of gegevens terugkeren naar een eerdere toestand. Teams gebruiken dit wanneer een wijziging fouten of andere ongewenste gevolgen veroorzaakt.
row-level security/ˌrəʊ ˌlev.əl sɪˈkjʊə.rə.ti/zelfstandig naamwoord
Row-level security (RLS) is toegangscontrole in een database waarbij regels per rij bepalen welke records een gebruiker mag bekijken, toevoegen, wijzigen of verwijderen.

S

12 begrippen
SaaS/sæs/afkorting (zelfstandig naamwoord)
SaaS staat voor Software as a Service: software die een aanbieder centraal beheert en via internet beschikbaar stelt aan gebruikers.
schaalbaarheidzelfstandig naamwoord
Schaalbaarheid is de mate waarin software, infrastructuur of een proces meer of minder werk kan verwerken zonder een ingrijpende verbouwing of onaanvaardbaar prestatieverlies.
scope/skoːp/zelfstandig naamwoord
De scope is de afbakening van een project of opdracht: welke doelen, werkzaamheden en resultaten er wel en niet onder vallen.
security audit/sɪˈkjʊə.rə.ti ˈɔː.dɪt/zelfstandig naamwoord
Een security audit is een gestructureerd onderzoek naar de beveiliging van een digitaal systeem. De auditor toetst technische maatregelen en werkprocessen aan afgesproken beveiligingseisen en legt bevindingen vast.
security by design/sɪˈkjʊə.rə.ti baɪ dɪˈzaɪn/zelfstandig naamwoord
Security by design is een aanpak waarbij beveiliging vanaf het eerste ontwerp onderdeel is van de eisen, architectuur en ontwikkeling van software. Het team blijft beveiligingsrisico's tijdens de hele levenscyclus beoordelen en beperken.
single-page applicationzelfstandig naamwoord
Een single-page application (SPA) is een webapplicatie die één webdocument laadt en daarna alleen de benodigde inhoud bijwerkt, zonder voor iedere weergave een volledig nieuwe pagina op te halen.
singletenant/ˌsɪŋɡəlˈtɛnənt/bijvoeglijk naamwoord
Bij singletenant software gebruikt iedere klant een afzonderlijke applicatieomgeving die niet met andere klanten wordt gedeeld.
SLA/ɛs ɛl aː/zelfstandig naamwoord
SLA staat voor service level agreement: een overeenkomst tussen een klant en dienstverlener over de te leveren dienst, het afgesproken serviceniveau en de manier waarop zij dat meten.
softwarearchitectuurzelfstandig naamwoord
Softwarearchitectuur is de hoofdstructuur van een softwaresysteem: de onderdelen, hun onderlinge relaties en de uitgangspunten die richting geven aan technische keuzes en veranderingen.
sprintzelfstandig naamwoord
Een sprint is een korte, vaste werkperiode waarin een team een afgesproken deel van de software ontwikkelt. Na afloop bespreek je het resultaat en bepaal je de volgende prioriteiten.
SQL/ɛs ky ɛl/afkorting
SQL is een taal waarmee je gegevens in een relationele database opvraagt en beheert, en waarmee je de structuur van die database vastlegt.
statische analysezelfstandig naamwoord
Statische analyse onderzoekt broncode of gecompileerde code zonder het programma uit te voeren. De controle zoekt naar mogelijke fouten, kwetsbaarheden en afwijkingen van afgesproken coderegels.

T

4 begrippen
technische schuld/ˈtɛxnisə sxʏlt/zelfstandig naamwoord
Technische schuld is het extra werk dat nodig is doordat eerdere keuzes in software latere wijzigingen moeilijker, trager of riskanter maken.
testdekkingzelfstandig naamwoord
Testdekking is een meetwaarde die aangeeft welk deel van de code wordt uitgevoerd tijdens geautomatiseerde tests. De meting kan onder meer regels, functies en vertakkingen tellen.
tweefactorauthenticatiezelfstandig naamwoord
Tweefactorauthenticatie is een vorm van authenticatie waarbij iemand twee onafhankelijke bewijsmiddelen uit verschillende categorieën gebruikt om toegang te krijgen tot een account of systeem.
type safety/taɪp ˈseɪf.ti/zelfstandig naamwoord
Type safety is de mate waarin een programmeertaal voorkomt dat een waarde wordt gebruikt op een manier die niet past bij het type ervan. Een typecontrole kan zulke fouten tijdens het programmeren, compileren of uitvoeren signaleren.

U

4 begrippen
unit test/ˈjuː.nɪt test/zelfstandig naamwoord
Een unit test is een geautomatiseerde test die een klein, afgebakend onderdeel van software controleert, meestal los van externe systemen.
uptime/ˈʌptaɪm/zelfstandig naamwoord
Uptime is de tijd waarin software, een server of een andere dienst beschikbaar en bruikbaar is, meestal uitgedrukt als percentage van een afgesproken meetperiode.
user experience/ˈjuː.zər ɪkˌspɪə.ri.əns/zelfstandig naamwoord
User experience, vaak afgekort tot UX, is de totale ervaring die iemand heeft tijdens het gebruiken van een product, systeem of dienst.
user interface/ˌjuː.zər ˈɪn.tə.feɪs/zelfstandig naamwoord
Een user interface (UI) is het deel van een digitaal systeem waarmee een gebruiker informatie ontvangt en het systeem bedient. Voorbeelden zijn schermen, knoppen, formulieren en gesproken bediening.

V

2 begrippen
vendor lock-in/ˈven.dər ˈlɒk.ɪn/zelfstandig naamwoord
Vendor lock-in is afhankelijkheid van één leverancier waardoor overstappen naar een alternatief moeilijk, duur of ontwrichtend wordt.
versiebeheerzelfstandig naamwoord
Versiebeheer legt wijzigingen in code vast, inclusief wie wat heeft aangepast en wanneer. Zo kunnen ontwikkelaars samenwerken, veranderingen vergelijken en teruggaan naar een eerdere versie.

W

2 begrippen
webhook/ˈwɛb.hʊk/zelfstandig naamwoord
Een webhook is een automatisch HTTP-verzoek waarmee een applicatie een andere applicatie informeert zodra een vooraf ingestelde gebeurtenis plaatsvindt.
WebSocketzelfstandig naamwoord
Een WebSocket is een open tweerichtingsverbinding tussen een client en een server. Beide kanten kunnen via die verbinding uit zichzelf berichten versturen.