uptime
/ˈʌptaɪm/zelfstandig naamwoord
Uptime is de tijd waarin software, een server of een andere dienst beschikbaar en bruikbaar is, meestal uitgedrukt als percentage van een afgesproken meetperiode.
Volgens de maandrapportage behaalde het platform een uptime van 99,95 procent.
Uptime beschrijft hoelang een systeem werkt en bereikbaar is. Bij websites en online diensten wordt het begrip vaak gebruikt om beschikbaarheid over een maand of jaar te beoordelen. Een uptime van 100 procent betekent dat de dienst tijdens de hele meetperiode beschikbaar was.
Hoe wordt uptime berekend?
Je berekent het percentage door de beschikbare tijd te delen door de totale meettijd en de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen. Een uptime van 99,9 procent komt over een maand van dertig dagen overeen met ongeveer 43 minuten downtime.
Die rekensom lijkt eenvoudig, maar de afspraken achter de meting maken verschil. Een Woordenboek · In het kortSLASLA staat voor service level agreement: een overeenkomst tussen een klant en dienstverlener over de te leveren dienst, het afgesproken serviceniveau en de manier waarop zij dat meten.Lees meer kan bepalen of gepland onderhoud meetelt, wanneer een storing begint en welke onderdelen van de dienst binnen de afspraak vallen. Twee leveranciers kunnen daardoor hetzelfde percentage noemen, terwijl ze niet precies hetzelfde meten.
Wat is het verschil tussen uptime en downtime?
Woordenboek · In het kortdowntimeDowntime is de periode waarin software, een systeem of een online dienst niet beschikbaar is of essentiële functies niet bruikbaar zijn.Lees meer is de periode waarin een systeem niet beschikbaar of niet bruikbaar is. Uptime en downtime vullen elkaar binnen dezelfde meetperiode aan. Bij 99,9 procent uptime hoort dus 0,1 procent downtime, zolang voor beide dezelfde definitie en meetmethode worden gebruikt.
Woordenboek · In het kortmonitoringMonitoring is het systematisch volgen van software, infrastructuur of processen met meetwaarden en controles. Wijkt een waarde af, dan kan het systeem een waarschuwing geven, zodat een beheerder het probleem kan onderzoeken.Lees meer controleert of een dienst reageert en kan de meetgegevens voor uptime leveren. Zo'n controle vanaf één locatie bewijst niet altijd dat iedere gebruiker de dienst kan bereiken. Problemen met een netwerkroute of een afzonderlijke functie kunnen sommige gebruikers raken terwijl de algemene controle nog slaagt. Daarom leggen organisaties vast wat ze meten, vanaf welke locaties en met welke intervallen.