container

/kɔnˈtenər/zelfstandig naamwoord

Een container is een afgeschermd applicatieproces met de bestanden en instellingen die het nodig heeft. Containers op dezelfde machine delen doorgaans de kernel van het besturingssysteem.

De API draait in een container met dezelfde softwareversies op de laptop, in de testomgeving en op de productieserver.

Een container helpt om software in verschillende omgevingen op dezelfde manier te draaien. De applicatie krijgt een eigen bestandssysteem, netwerkconfiguratie en procesruimte. Daardoor is de software minder afhankelijk van wat al op de computer of server staat. Docker is een bekend platform om containers te bouwen en uit te voeren.

Van image naar draaiende container

Een container begint bij een image. Daarin staan de applicatie, benodigde Woordenboek · In het kortlibraryEen library is een verzameling herbruikbare softwarecode voor een afgebakende taak. Een applicatie kan die code aanroepen om bestaande functionaliteit te gebruiken.Lees meer en instructies voor de uitvoering. De image is het vaste uitgangspunt; zodra je die start, ontstaat een container. Uit dezelfde image kun je meerdere containers maken, bijvoorbeeld voor afzonderlijke onderdelen of testomgevingen.

Gegevens die na het verwijderen van een container beschikbaar moeten blijven, sla je meestal buiten de container op. Daarvoor gebruik je bijvoorbeeld een volume of een externe Woordenboek · In het kortdatabaseEen database is een gestructureerde verzameling gegevens die software kan opslaan, opvragen en wijzigen. Een databasebeheersysteem regelt de toegang tot die gegevens.Lees meer. Ook netwerktoegang en limieten voor processorkracht en geheugen stel je afzonderlijk in.

Container of virtuele machine?

Een virtuele machine bevat een volledig gastbesturingssysteem met een eigen kernel. Containers delen meestal de kernel van de host en schermen vooral processen en bestanden van elkaar af. Daardoor kunnen ze vaak sneller starten en hebben ze minder opslag en geheugen nodig dan virtuele machines.

Die gedeelde kernel betekent ook dat een container geen kleine virtuele machine is. De mate van afscherming hangt af van de configuratie en de gebruikte runtime. Containers en virtuele machines kunnen bovendien samen worden gebruikt: meerdere containers kunnen bijvoorbeeld op één virtuele machine draaien.